Weersverwachting
9°C
Vandaag
Gedurende de avond zijn er perioden met regen. Op veel plaatsen blijft een vrij krachtige ZW-wind staan. Het is tegen middernacht circa 5 graden.
12°C
Morgen
Rond halverwege de nacht wordt het droog. De wind wordt W en neemt later in de nacht iets af tot matig, kracht 3-4 Bft. De temperatuur loopt gedurende de nacht weer iets op naar 6 tot 7 graden.
Overdag is het meestentijds bewolkt. In de middag kan de zon soms even door komen. Het blijft op de meeste plaatsen droog. De wind is matig, kracht 3 tot 4 Bft uit W. Het wordt op veel plaatsen 12 graden.
Ook de avond verloopt zacht. Opklaringen en wolken wisselen elkaar af. Bij een matige W-wind is het in de late avond nog rond 6 graden.
Vooruitzichten
| donderdag | vrijdag | zaterdag | zondag | maandag | |
|---|---|---|---|---|---|
| min. temp | 6°C | 7°C | 3°C | 3°C | 1°C |
| max. temp | 12°C | 10°C | 9°C | 8°C | 8°C |
| Kans neerslag | 50 % | 40 % | 20 % | 40 % | 30 % |
| wind overdag | W 4 Bft | W 4 Bft | NW 3 Bft | NW 3 Bft | W 3 Bft |
Tweede helft februari totaal anders dan eerste helft.
Na de imposante vorstperiode tijdens de eerste helft van februari is het weer nu net zo hard omgeslagen als voor de koudegolf, einde januari. Het lijkt warempel of er niets aan de hand is geweest. We zitten nu vaker met zacht weer, lichte regen of motregen en soms veel wind. Op sommige dagen is het weer wat kouder zijn met soms gladheid door nachtelijke vorst of een winterse bui. Al met al een heel gebruikelijk weerbeeld dat past in onze Hollandse winter en het vroege voorjaar.
Niettemin zal februari in zijn totaliteit als koude maand de boeken in gaan. De normale gemiddelde temperatuur is 3.3 graden, tot en met de 20e stonden we op -2.2 graden. Met het huidige vooruitzicht zal het maandgemiddelde elke dag met enkele tienden graden stijgen. Later in deze week komen de maximumtemperaturen op veel plaatsen enkele dagen boven de 10 graden uit, maar het verschil met normaal is te groot om nog te overbruggen.
Aan zonneschijn hoe dan ook geen gebrek. Februari wordt ondanks het nu soms sombere weer vrijwel zeker zonnig met vooral dank aan de zonnige periode tijdens de vorstperiode. Tot en met de 20e scoorde De Bilt 88 uur zonneschijn. Normaal voor de hele maand is 86 uur. Hier komen nog wel uren bij.
Ook wat de neerslag betreft hoeven we nog lang niet te klagen. De meeste plaatsen in onze regio vingen de voorbije week van dag tot dag hooguit slechts enkele millimeters op. De komende week worden bovendien geen echt grote hoeveelheden regen verwacht. De totale maandscore ligt op de meeste plaatsen rond de 20 mm. In De Bilt, waar tot en met de 20e 16 mm neerslag viel, valt normaal in de hele februarimaand 56 mm neerslag.
Menigeen hoopt op een herhaling van de prachtige lente van vorig jaar. Hierover vallen echter nog geen uitspraken te doen. Waar wel uitspraken over te doen zijn is het nu snel lengen van de dagen. Tot half mei lengen de dagen snel en wel met ongeveer vier minuten per dag. De zon komt in de vroege morgen elke dag twee minuten eerder op en gaat in de avond twee minuten later onder. De zon komt steeds hoger te staan en voelt tijdens heldere dagen met de dag warmer aan. Vooral achter glas kan het in de zon al lekker zijn. De gemiddelde temperatuur begint echter pas in maart duidelijk te stijgen.
Lucht schoner vanwege de recessie.
De concentratie stikstofdioxide (NO2) in de lucht boven Europa is tussen 2004 en 2010 sterk afgenomen. Op sommige plekken tot vijftig procent. In Nederland is de concentratie tot een kwart gedaald, blijkt uit KNMI-onderzoek. Deze daling is volgens de onderzoekers het gevolg van maatregelen die de uitstoot van NO2 beperken, maar de economische recessie van 2009 heeft een even groot aandeel in de afname.
Op basis van satellietmetingen van het Nederlandse ozon meetinstrument (OMI) hebben Patricia Castellanos en Folkert Boersma van het KNMI en verbonden aan de TU Eindhoven, jaarkaarten gemaakt van NO2-concentraties boven Europa. De kaarten tonen duidelijk dat de NO2-concentraties tussen 2004 en 2010 jaarlijks verschillen. Daarnaast laten de zesjarige metingen zien dat de ontwikkeling van dit soort luchtvervuiling grillig verloopt, en niet lineair zoals eerder werd aangenomen.
De gestage NO2-afname in de Europese lucht tot 2008 is volgens de KNMI-onderzoekers het gevolg van maatregelen die de uitstoot van luchtvervuilende stoffen terug moeten dringen, zoals schonere motoren en industrie. Op de kaarten is ook duidelijk het in gebruik nemen van kolengestookte elektriciteitscentrales in Europa terug te vinden, maar ook is te zien dat er elektriciteitscentrales schoner zijn gaan produceren.
De kaart van 2009 toont een zo sterke afname van NO2-concentraties boven Europa, dat dit niet alleen te verklaren valt met de invoering van milieumaatregelen. De analyse van Castellanos en Boersma toont aan dat de afname voor een minstens zo groot deel komt door de economische recessie. Hierdoor is er minder verkeer en neemt de industriële productie af, waardoor ook de uitstoot van vervuilende stoffen minder wordt. Dat effect is duidelijk te zien op de kaarten met satellietmetingen van OMI in 2009 en 2010.
Stikstofdioxide is een van de luchtvervuilende stoffen in de atmosfeer die OMI in kaart brengt. Het Nederlandse ozon monitoring instrument meet sinds 2004 als eerste in de wereld nauwkeurig en binnen een dag de samenstelling van de atmosfeer. Zo kan wereldwijd bekeken worden hoe sterk de luchtvervuiling is en hoe deze zich ontwikkelt. Het voordeel van OMI ten opzichte van grondmeetstations is dat satellietmetingen een consistent beeld geven van de luchtvervuiling omdat er overal op dezelfde wijze gemeten wordt. Een ander verschil is dat OMI de hele luchtkolom meet terwijl de grondmeetstations alleen op leefniveau meten.
Bron: KNMI.
Winter en verkeer.
Voor veel verkeersdeelnemers leveren allerlei vormen van winterweer gevaren en vertragingen op. Vooral aan het begin van een periode van vriezend weer moeten veel mensen aan winterse ongemakken wennen, rijden daarom extra voorzichtig, hetgeen echter wel betekent dat de verkeersdoorstroming belemmerd wordt. Toch moet dit geen vrijbrief zijn om dan toch maar snel te gaan rijden.
IJZEL.
Het meest risicovolle weertype, waar we mee te maken kunnen krijgen is ijzel. Dit is een weerverschijnsel, waarbij regen op een bevroren ondergrond valt, of dat regen die onderkoeld is, d.w.z. een temperatuur van onder het vriespunt heeft, zich op voorwerpen en wegen kan vastzetten doordat het overgaat in ijs. Hieruit blijkt dat het een misvatting is om te zeggen dat ijzel valt. IJzel ontstaat of treedt op. Vrijwel elke verkeerdeelnemer heeft hier last van. Voetgangers moeten zich schuifelend voortbewegen, fietsen is soms onmogelijk en autos glibberen soms van de weg af. Het wegverkeer moet rekening houden met vallende takken van beijzelde bomen.
Het treinverkeer heeft als gevolg van de grote puntbelasting van de treinwielen op de spoorstaven geen last van ijs op de rails, maar de bovenleidingen kunnen breken als gevolg van het gewicht van het ijs dat er aan hangt. Bovendien kan de rijdraad doorbranden als gevolg van extreme vonkvorming, veroorzaakt door de stroomafname via de stroomafnemers, die vanwege het ijs niet optimaal contact kunnen maken met de bovenleiding. Wissels vriezen bij ijzel tegenwoordig - dankzij wisselverwarming - vrijwel nooit meer vast.
EXTREME KOU.
Dit weertype is voornamelijk hinderlijk voor voetgangers, (brom)fietsers en motorrijders. Men kan zich er redelijk op kleden, maar met name bromfietsers en motorrijders moeten goede voorzorgen nemen. Fietsers kunnen zich nog wel warm trappen. We kennen het begrip gevoelstemperatuur of windchill.
Dit is de temperatuur die aangeeft, hoe een goed gekleed persoon een bepaalde temperatuur ervaart en wandelt met een snelheid van 5 km per uur. Bij harde wind zal de windchill lager zijn dan als het windstil is. Maar hetzelfde geldt uiteraard voor als men zich snel verplaatst, zoals een brommer- of motorbestuurder. Bij windstil weer zal een motorrijder, die zich als voetganger kleedt, bij een snelheid van 100 km/uur bij temperaturen rond het vriespunt dan ook al snel bevriezingsverschijnselen krijgen. Motorrijders hebben daarom niet voor niets een motorpak aan - niet alleen tegen de kou, maar ook als bescherming bij een eventuele valpartij. Fietsers wekken weliswaar warmte op, maar verliezen als gevolg van hun eigen snelheid sneller warmte dan een voetganger. Fietsers doen er daarom goed aan om uitstekende lichaamsdelen als handen, voeten en hoofd goed te bedekken, zo mogelijk met winddichte kleding. Om een indicatie te geven van gevoelstemperaturen geven we hiernaast een eenvoudige windchillcalculator. Elders op onze site vindt u meer informatie over windchill en een uitgebreide calculator. Er zijn op dit moment twee belangrijke methoden. De oude, bedacht door de Amerikaan Steadman wordt links weergegeven. De nieuwe, recentelijk door het Amerikaanse Meteorologisch Instituut bedacht, doet meer recht aan de specifieke omstandigheden van de wandelaar en is als het ware een verfijning van de oude methode. Er worden, bijvoorbeeld in Canada, echter nog wel meer methoden toegepast.
Als er aanleiding voor bestaat zal de verwachte of actuele gevoelstemperatuur of windchill in onze weerberichten worden opgenomen.
SNEEUW.
Sneeuw is niet alleen mooi om te zien, maar kan voor vrijwel alle verkeer hinder Sneeuwduin.opleveren. Tijdens zware sneeuwval kan het zicht teruglopen tot enkele honderden meters en soms wel tot minder dan 100 meter. Bij stuifsneeuw is het zicht soms slechts enkele tientallen meters. Een voetganger heeft nog het minste last hiervan, maar voor fietsers wordt het al snel gevaarlijk, zeker als er een laag sneeuw gevormd wordt. Als het verkeer tijdens sneeuwjachten tot stilstand komt kunnen autos insneeuwen, zeker als er ook sneeuwduinen ontstaan. Ook als het niet sneeuwt kunnen er als er een sneeuwdek ligt bij winderig en vriezend weer nog altijd sneeuwduinen ontstaan, welke u in open gebieden kunnen verrassen, vooral tijdens duisternis. De duinen kunnen soms meters hoog worden. Op plaatsen, zoals hiernaast, waar geen sloot langs de weg is, kan opeens een dikke laag sneeuw op de weg liggen.
Bijzondere hinder ontstaat voor het treinverkeer. Wisselverwarming is niet afdoende tegen stuifsneeuw, zodat bij een dergelijk weertype het treinverkeer gewoonlijk tot stilstand komt. Dit geldt ook voor dieseltreinen. Bovendien kan kortsluiting ontstaan in de electromotoren van de treinen, die vaak onder de trein gemonteerd zijn, als gevolg van binnendringende stuifsneeuw. Situaties met sneeuwval bij temperaturen van rond het vriespunt, waarbij geen verstuiving plaatsvindt, zijn voor treinverkeer veel minder hinderlijk, al blijkt uit de praktijk dat overwegen niet zelden gestoord raken en dicht kunnen blijven liggen als gevolg van het gewicht van aangeplakte sneeuw, als een overweg tijdens het passeren van een trein dicht ligt. Ook tegen zware sneeuwval is de wisselverwarming niet bestand en kan het treinverkeer flink ontregeld raken.
GLADHEID.
Ook als er geen neerslag valt kan het op de wegen glad worden, hetgeen uiteraard gevaar kan opleveren. In het najaar ontstaat gewoonlijk voor het eerst gladheid op binnenwegen, op- en afritten en viaducten. Dit komt omdat viaducten sneller afkoelen omdat ze geen restwarmte uit de ondergrond krijgen, en omdat op- en afritten en binnenwegen als regel minder druk bereden worden. De gladheid ontstaat als regel als natte weggedeelten, na bijvoorbeeld regenbuien, tijdens opklaringen bevriezen, of als gevolg van mistaanslag of rijp. Onder een viaduct wordt het trouwens niet zo snel glad. Om dezelfde reden als waarom er onder een brug niet snel een dikke ijsvloer ontstaat, koelt het ook onder een brug niet zo snel af, dankzij de warme massa van het viaduct en de ondergrond zelf, die als gevolg van de aanwezigheid van het viaduct ook minder snel uitstraalt. Als het viaduct is gelegen op een plek, waar de wind gemakkelijk er onderdoor kan waaien, is de afkoeling en dus het gladheidsrisico wat groter.
Een extra risico vormt natuurlijk het feit dat op- en afritten vaak bochtig zijn en de middelpuntvliedende kracht alleen al er voor kan zorgen dat een auto van de weg raakt. Als men het stuur recht weet te houden kan men op een beijzelde weg, althans als deze kaarsrecht is, nog wel koers houden... als men tenminste met beleid het gaspedaal bedient en een uiterst ruime afstand houdt tot de voorganger. Omdat koude lucht zwaarder is dan warme lucht zal het in dalen sneller afkoelen, zodat binnenwegen in een dal sneller glad kunnen worden. En zeker aan de rand van een bos, als de weg niet door de zon beschenen kan worden is er een verhoogd gladheidsrisico. In het bos zelf is de temperatuur vaak wat hoger dan de omgeving zodat daar meestal juist weer wat minder snel gladheid optreedt. Maar hier blijven de wegen weer langer nat en als er sprake is van bladval kan ook dit gladheidsrisicos opleveren.
Bovenstaand verhaal gaat echter niet in alle gevallen op. Een belangrijke uitzondering is de periode vlak nadat de dooi is ingevallen. Ondanks dat de luchttemperatuur boven nul is, heeft de ondergrond vaak nog enige tijd een temperatuur die onder het vriespunt ligt. Niet alleen kan het nog glad blijven als gevolg van sneeuw- of ijzelresten maar als het vooral tijdens de periode dat de zon onder is onverhoeds opklaart kunnen natte wegen bijzonder snel glad worden. Dit is vaak in enkele minuten gebeurd, zodat al menig automobilist hierdoor verrast is. Dit uiterst gevaarlijke verschijnsel noemt men het opvriezen van natte weggedeelten. Het verschijnsel wordt bevorderd, doordat de ondergrond tijdens helder weer warmte uitstraalt, hetgeen men uitstraling noemt. Onder bruggen zal het niet glad worden omdat het brugdek de uitstraling belemmert. Ook als er opnieuw bewolking komt binnendrijven kan de gladheid - mits het niet al te koud is - verdwijnen. Hier kan echter enige tijd overheen gaan. Met de fiets ziet men het gladheidsverschijnsel vaak al aan het schijnsel van ijskristalletjes op de weg, maar in de auto op op de motor rijdt men vaak te snel om dit tijdig waar te nemen. Het is dus raadzaam op na het einde van een vorstperiode hierop bedacht te zijn, ook als de temperatuur enkele graden boven nul is. In deze situatie kan het ook onder een viaduct glad worden, zeker als de windrichting evenwijdig aan de buis is.
MIST.
Dit weerverschijnsel is alleen hinderlijk voor het wegverkeer. Niet alleen vanwege de zichtbeperking, maar ook vanwege de bij vriezend weer kans op gladheid. Vooral mistbanken kunnen plotseling opdoemen en u verrassen, zodat het tijdens mistig weer altijd aan te raden is om de snelheid aan te passen. De mist kan op de weg neerslag en aldus rijpaanslag veroorzaken. De grootste kans op mist bestaat er op beschutte plaatsen waar zich koude lucht kan ophopen, zoals in dalen, open gebieden in bossen en nabij plassen en brede sloten, en ook rivieren. Zo zijn er plaatsen, waar meer mist voorkomt dan in de omgeving. Ook in industriegebieden is er een vergrote kans op mist, vanwege de grotere hoeveelheid vocht aantrekkend vuil in de lucht.
Berucht is de mist tijdens en net na de jaarwisseling. De steeds grotere hoeveelheid vuurwerk, die de lucht in wordt geschoten heeft de laatste jaren in de nieuwjaarsnacht tijdens windstil en helder weer al enkele malen extreem dichte mist tot gevolg gehad. Men moet hierbij denken aan zichtwaarden tot tien en in extreme gevallen zelfs slechts nauwelijks vijf meter. De oorzaak is gelegen in het feit dat er als gevolg van het afsteken van dit vuurwerk veel kruitdampen en andere chemische stoffen in de lucht komen. Deze stoffen zijn zeer sterk hygroscopisch, dat wil zeggen water aantrekkend en zijn als het ware een katalysator voor het ontstaan van mist. Als u tijdens deze nacht op pad gaat, en er wordt helder, koud en rustig weer verwacht, is het wellicht slim om hiermee rekening te houden.
Meestal ontstaat mist tijdens rustig weer, maar er is een uitzondering. Tijdens en na invallende dooi kan relatief zachte en vochtige lucht over een nog koud aardoppervlak strijken, hierbij wat afkoelen, waarbij ook bij een krachtige wind mist kan ontstaan. Zodra de de eventuele sneeuw gesmolten is of de grond is opgewarmd, verdwijnt de mist meestal, maar ook als de lucht achter een koufront onstabiel wordt. Omdat hierbij de lucht nabij het aardoppervlak gemengd wordt met de veelal drogere lucht wat hogerop in de atmosfeer, zal de mist oplossen.
Mist nabij Amsterdam-Rijnkanaal, een beruchte plek.Treinverkeer heeft geen last van mist, of een machinist zou niet precies moeten weten waar een kleiner station ligt. De beveiliging is tegenwoordig echter zo ingericht dat maar in weinig gevallen rode seinen gepasseerd kunnen worden, waardoor eventueel gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Zeker de wat meer ervaren treinbestuurders rijden met mist gewoon 140 km per uur en dat doet geen automobilist hen na! De foto hiernaast toont een stuk spoorbaan, waarbij het zicht nog geen tweehonderd meter is. De trein, die normaliter een remweg van wel 900 meter heeft, rijdt echter gewoon met volle snelheid.
Weerspreuk Arie Verrips:
Als St. Pieter(22 februari) zijn stoel heeft geplant, komen de ooievaars weer in het land.
Files in regio
Er zijn momenteel geen files in
de regio Utrecht.

