Twintig jaar na de eerste paal, is Leidsche Rijn nog altijd niet af

© Gemeente Utrecht
LEIDSCHE RIJN - Deze maandag is het exact twintig jaar geleden dat de eerste paal geslagen werd voor de bouw van Leidsche Rijn. Het luidde het begin in van wat nu de grootste Vinex-locatie van Nederland is.
Wie nu in het stadsdeel rondloopt, kan zich bijna niet voorstellen dat dit vroeger vooral het domein van tuinbouwers was of nog veel meer jaren geleden het leefgebied van de Romeinen.
Twintig jaar nadat minister-president Wim Kok die eerste paal had slagen, is er veel gebeurd in Leidsche Rijn. Ruim 56.000 mensen hebben er hun thuis gevonden. En nog altijd wordt er volop gebouwd.

HISTORIE

De naam van het gebied is afgeleid van de Leidse Rijn, een vaarweg die in 1381 werd gegraven en later verbreed. Deze vaarweg verving de Oude Rijn tussen Utrecht en Harmelen, die te smal en ondiep was geworden voor de scheepvaart.
In de Romeinse tijd markeerde de rivier de grens van het grondgebied van de Romeinen. Bij De Meern stond destijds een fort. Hier vanuit bewaakten de Romeinen hun grondgebied. Dit is ook nu nog te zien want op exact die plek is in 2015 een reconstructie gebouwd: museum Castellum Hoge Woerd.
Recent is het hele gebied doorzocht door archeologen. Zij deden er allerlei belangrijke historische vondsten, zoals een schip uit 150 na Christus. Dit schip is te zien bij museum Castellum.

VAN FORT NAAR VINEX

Voordat Leidsche Rijn werd omgetoverd tot Vinex-wijk, floreerde het vooral als tuinbouwgebied. Deze tuinbouwers moesten uiteindelijk wijken voor de niet te stoppen nieuwbouwplannen. Het grootste deel van hen is naar het Westland vertrokken.
Leidsche Rijn wordt een Vinex-wijk genoemd, naar de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra. Dit plan van het toenmalige ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), zorgde ervoor dat overal in Nederland de schop de grond inging.
Het idee was om massaal nieuwbouw neer te zetten, het liefst aan de rand van grote steden, om de groeiende bevolking het hoofd te bieden. Leidsche Rijn werd een van de meest toonaangevende voorbeelden.

ZIEL

Er zijn veel clichés over Vinex-wijken. Ze zouden geen sfeer hebben, het zou er altijd waaien over de nog braakliggende terreinen en de winkelcentra zouden er half leeg staan.
Maar volgens wethouder Kees Geldof wordt er allang niet meer zo over Leidsche Rijn gedacht. "Je ziet dat mensen hier heel graag willen wonen." Zo was er veel animo voor nieuwe appartementen in Leidsche Rijn Centrum.
En Geldof snapt die populariteit wel. "Eigenlijk heb je hier het beste van heel veel werelden. Het is een prachtig gebied, het Maximapark, de stad Utrecht. En daar willen heel veel mensen wonen."

VAN WEILAND NAAR STAD

Dat herkent bewoonster Marieke Dubbelman. Onder de naam 'het Vinexvrouwtje' schrijft zij columns over de wijk waar ze al twaalf jaar woont. Ze heeft Leidsche Rijn zien groeien.
"Toen wij hier kwamen wonen was er nog heel veel van het weiland over. Er stonden nog pony's en we deden boodschappen in een noodgebouw. Dat was eigenlijk alles wat er was en voor alle andere dingen moest je zeker 25 tot 30 minuten fietsen.
Inmiddels is Leidsche Rijn een stad op zich aan het worden. Er zijn winkelcentra, parken, een bioscoop, horeca, een zwembad en allerlei sportverenigingen. Ondertussen is ook de stad niet ver weg, door de aanleg van bijvoorbeeld drie treinstations en allerlei bruggen.

NOG NIET KLAAR

De nieuwigheid is er volgens Dubbelman ook wel van af. "Het is al bijna helemaal volgebouwd en de stoeptegels liggen alweer scheef. We hebben al een keer een rot kozijn gehad, dus nieuw is het allemaal niet meer."
Ondertussen wordt stug doorgebouwd, want af is de wijk nog niet, zegt wethouder Geldof. "We hebben nog iets van negen tot tienduizend woningen te gaan. Denk aan gebieden als Leeuwesteyn, Leidsche Rijn Centrum-Oost, Rijnvliet, Haarzicht en Haarrijn. Dus we gaan nog even door."