'Gemeente heeft veel problemen met ondersteunen jongeren met arbeidsbeperking'

UTRECHT - De gemeente Utrecht heeft onvoldoende zicht op jongeren met een arbeidsbeperking. Er zou meer regie en samenwerking nodig zijn om ervoor te zorgen dat deze jongeren niet tussen wal en schip belanden. Dat concludeert de Rekenkamer Utrecht.
De Rekenkamer onderzocht hoe de gemeente jongeren met een arbeidsbeperking helpt bij het vinden van werk of een passende vervolgopleiding. Sinds 1 januari 2015, met de komst van de Participatiewet, valt deze verantwoordelijkheid onder de gemeenten. Voorheen kregen deze jongeren een Wajong-uitkering en ondersteuning van het UWV.
Hoewel de gemeente Utrecht volgens de Rekenkamer "veel activiteiten onderneemt om jongeren met een arbeidsbeperking toe te rusten voor de arbeidsmarkt en hen te ondersteunen bij het vinden van een baan of vervolgopleiding, is de doelgroep slechts beperkt in beeld".
Er is wel goed zicht op de groep die afkomstig is uit het speciaal onderwijs, maar dat is maar een deel van de groep. Daarom zou met hulp van scholen, het CBS en maatschappelijke organisaties beter in kaart moeten worden gebracht welke groepen jongeren met een arbeidsbeperking in de stad aanwezig zijn.

SAMENWERKING MET ONDERWIJS

Toch zijn er ook problemen met de groep jongeren uit het speciaal onderwijs. Er is dan wel goed zicht op deze groep, maar volgens de Rekenkamer "verloopt de samenwerking tussen de gemeente Utrecht en het onderwijs niet altijd goed". De scholen weten de juiste afdeling bij de gemeente niet te vinden en de taakverdeling tussen de scholen en de gemeente is niet altijd helder.
Daarnaast zou de communicatie van de gemeente niet goed zijn afgestemd op de doelgroep, waardoor jongeren en hun ouders de brieven niet altijd begrijpen.
Een ander probleem is dat systemen nog niet goed op elkaar aansluiten. Daardoor hebben de gemeente, het UWV, Werkgeversservicepunt (WSP) en werkgevers geen inzicht in elkaars kandidaten. "Ook de informatie aan werkgevers moet beter. Voor hen is het vaak onduidelijk wat een jongere precies kan, welke instrumenten beschikbaar zijn en hoe een jongere moet worden begeleid."

GEEN TOTAALOVERZICHT

Het college zegt zich deels te herkennen in de signalen en verbeterpunten van de Rekenkamer. Zo zou de Rekenkamer terecht concluderen dat de gemeente geen totaaloverzicht heeft van jongeren met een arbeidsbeperking. Maar de gemeente voegt eraan toe dat dit niet altijd nodig is.
Niet iedere jongere met een arbeidsbeperking heeft volgens de gemeente namelijk ondersteuning nodig, en zouden sommige anderen "nadrukkelijk niet willen aangemerkt worden als iemand met een arbeidsbeperking, omdat dit als belemmerend kan worden ervaren".
De problemen in de communicatie, die niet goed zou zijn afgestemd op de doelgroep, "hebben onze aandacht", aldus het college. "We zetten meer in op een persoonlijke benadering waarin we meer tijd nemen om iets mondeling uit te leggen."

BELEID

De Rekenkamer laat op zijn beurt weten dat het college de urgentie lijkt te missen om de signalen uit het onderzoek om te zetten naar verbeteringen in het beleid, met name op het gebied van samenwerking, en roept het college op concreter duidelijk te maken hoe ze de samenwerking en regie vorm en inhoud wil geven.