Wethouders over tekorten jeugdzorg: "Het Rijk laat ons in de kou staan"

© ANP
PROVINCIE UTRECHT - Er is structureel meer geld van het Rijk nodig om de problemen in de jeugdzorg aan te pakken. Dat zeggen wethouders in de provincie Utrecht. Vanochtend maakte het CBS bekend dat in 2018 bijna één op de tien jongeren in Nederland jeugdzorg kreeg. Het gaat om 428.000 kinderen, een stijging van 8000 vergeleken met een jaar eerder.
"Alleen een hogere bijdrage helpt de gemeente echt", meent wethouder Madeleine Bakker van De Bilt vanochtend in het radioprogramma Utrecht Is Wakker. "Na alle onderzoeken die er zijn, hopen we toch van harte dat het Rijk inziet dat er echt wat meer geld naar gemeenten moet", zegt wethouder Wil Kosterman van de gemeente Wijk bij Duurstede. "Ze laten ons erg in de kou staan en dat gaat echt heel erg vervelend worden voor een heleboel gemeenten."
In de gemeente Utrechtse Heuvelrug is het tekort op de jeugdzorg zelfs een van de redenen dat de gemeente moet bezuinigen om de begroting op orde te krijgen.

RESERVEPOTJE

Eerder werd bekend dat er zes gemeenten in de provincie zijn die gebruik moeten maken van een reservepotje van het Rijk. Dit zijn Bunschoten, De Bilt, Leusden, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Woudenberg.
Wethouder Bakker weet wel waar dat tekort bij gemeenten vandaan komt. "De vraag naar jeugdzorg en het traject van de kosten wat daarmee samenhangt, is ruim hoger dan de Rijksbijdrage die wij ontvangen. Dat creëert een structureel tekort", aldus Bakker.
Kosterman: "Je kijkt naar het verloop van de afgelopen jaren en dan zie je dat het tekort steeds verder opliep. Dan weet je dat je dat niet zomaar terugbrengt naar nul. Dus we hebben er in de begroting al rekening mee gehouden dat de kosten voor jeugdzorg veel hoger zijn dan het budget dat we daarvoor krijgen."
Gemeenten zijn sinds 2015 zelf verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Eerder liet minister Hugo de Jonge al weten te gaan kijken naar de budgetten in de jeugdzorg.

Heb je een tip of opmerking? Stuur ons je nieuws of foto via WhatsApp of mail.