Elk type jeugdige veelpleger eigen aanpak

UTRECHT - Jeugdige veelplegers zijn in verschillende types onder te verdelen, die elk een andere manier van aanpak nodig hebben. Dat is de conclusie van het rapport 'Jeugdige veelplegers' van onderzoekers van de Universiteit Utrecht.
Prof.dr. Ido Weijers, hoogleraar Jeugdrechtspleging aan de Universiteit Utrecht, en zijn collega's onderzochten hoe deze doorgaans lastig aan te pakken groep weer op het rechte pad te krijgen is. Ze hebben jarenlang dossiers van Utrechtse veelplegers onderzocht en kwamen tot een opvallende conclusie.
De onderzoekers maken onderscheid tussen vier categorieën veelplegers: jongeren met gedragsproblemen; jongeren die uit ernstig verstoorde gezinnen komen, waar ze jarenlang aan seksueel misbruik, geweld, verslavingen en financiële en psychiatrische problemen zijn blootgesteld; jongeren met een combinatie van de eerste twee categorieën, en de vierde betreft jongeren uit gezinnen die criminaliteit als de norm zien.
Volgens de onderzoeker moet elke groep op een andere manier worden aangepakt. De eerste groep jongeren is het beste gebaat bij intensieve psychiatrische begeleiding, bij de tweede groep moet het hele gezin hulp krijgen. Ook bij de derde groep staat aanpak van het gezin centraal, met daarbij ook een intensieve behandeling van de jongere. Bij de vierde groep heeft die aanpak weinig zin, maar de onderzoekers pleiten naast sancties ook voor begeleiding bij werk en school.
De helft van de jeugdige veelplegers in Utrecht is van Marokkaanse komaf. Ruim een kwart van de probleemjongeren is van autochtone komaf, maar de onderzoekers kwamen er wel achter dat die autochtone groep verantwoordelijk is voor de zwaarste delicten. Ook hebben die jongeren vaak de langste 'criminele carrière'.
Het onderzoek is vandaag aangeboden aan voormalig staatssecretaris van Justitie Ella van Kalsbeek en de Utrechtse officier van justitie tijdens het congres 'Aanpak jeugdige veelplegers' in de Jaarbeurs.