'Ministaat' IJsselstein was belastingparadijs

IJSSELSTEIN - In de achttiende eeuw trokken veel rijke Nederlanders naar het zelfstandige staatje IJsselstein. Baronie Ysselstein had destijds een economische uitzonderingspositie.
Dat concludeert historicus Fred Vogelzang van de Universiteit Utrecht in zijn proefschrift waarop hij op 7 april promoveert.
IJsselstein was tussen 1720 en 1820 een soevereine staat. Volgens Vogelzang gebruikte de baronie haar autonomie vooral om zich als belastingparadijs te profileren. Hierdoor trokken veel renteniers naar de plaats.
De Bataafse Republiek stak aan het einde van de achttiende eeuw een stokje voor deze voordelen door de algemene belastingen ook in IJsselstein in te voeren. Dat leidde voor de Utrechtse plaats tot een periode van grote economische achteruitgang.
De financiële positie van IJsselstein is ook onderwerp van een aflevering van Het Verleden van Utrecht.