Instellingen

Overvechtse basisschooldirecteuren: 'Werk vanuit de behoeften van het kind om achterstanden tegen te gaan'

© RTV Utrecht
UTRECHT - Drie basisschooldirecteuren in de Utrechtse wijken Overvecht en Kanaleneiland geloven dat je moet werken vanuit de behoeften van het kind om achterstanden weg te werken. Zij zien dat de kinderen op hun scholen minder progressie hebben geboekt ten gevolge van de pandemie.
Voornamelijk leerlingen met een lage of gemiddelde sociaaleconomische achtergrond zijn harder geraakt door de coronacrisis op het gebied van onderwijs, blijkt uit het rapport 'De Staat van het Onderwijs 2021'. Volgens het rapport kan de kansenongelijkheid in het onderwijs leiden tot een tweedeling. Bijvoorbeeld tussen een grote groep leerlingen die goed toegerust het onderwijs verlaat, en de leerlingen die geen goede beheersing van de basisvaardigheden hebben en daardoor zonder goede kansen de maatschappij ingaan.
Die fundering van de basisvaardigheden start op de basisschool, maar niet alle basisscholen zijn gelijk. Volgens drie basisschooldirecteuren uit de wijken Overvecht en Kanaleneiland heeft een school in een achterstandswijk andere uitdagingen dan een school in een welvarende wijk, en de sociale omgeving waar een kind opgroeit heeft invloed op de kansengelijkheid in zijn of haar leven.

Onderwijssysteem

Yücel Aydemir is directeur van de basisschool Da Costa in de wijk Kanaleneiland. Zijn school bestaat alleen uit kinderen met een migratieachtergrond. Hij vindt dat het onderwijssysteem is gemaakt door hoogopgeleide witte mensen en dat er geen rekening wordt gehouden met leerlingen waarvan de ouders een migratie achtergrond hebben.
"Doorsnee hoogopgeleide witte Nederlanders hebben een andere opvatting van onderwijs. Zij vinden het bijvoorbeeld belangrijk dat de leerlingen in de onderbouw (groep 1 en 2) buitenspelen tijdens schooltijd. Dit zou de onderlinge taal bevorderen, maar deze kinderen spreken voornamelijk gebrekkig Nederlands óf in hun eigen taal met elkaar. Het zou misschien werken op een witte school, maar ik besteed die tijd liever uit aan het bijspijkeren van taal en rekenen".
De scholensluiting tijdens de lockdown heeft het meeste effect gehad op kinderen in meer kwetsbare posities, stelt de Inspectie van Onderwijs. Deze leerlingen zijn vaak sterker afhankelijk van een docent dan andere leerlingen. Er is bijvoorbeeld minder vooruitgang te zien na de eerste schoolsluiting bij kinderen van lager opgeleide ouders en bij kinderen met een migratieachtergrond. Leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben vooral minder groei doorgemaakt in begrijpend lezen en spelling in vergelijking met leerlingen zonder migratieachtergrond.

Gebrekkig Nederlands

Een van de voornaamste redenen is dat bij eerste generatie niet-westerse migranten er thuis vaak geen of gebrekkig Nederlands wordt gesproken en dat ouders hun kinderen daardoor slecht kunnen ondersteunen bij het afstandsonderwijs, blijkt uit het rapport 'de Staat van het Onderwijs'.
Basisschool Da Costa mocht tijdens de lockdown zijn deuren geopend houden. Dit was op vrijwillige basis en 95 procent van de leerlingen heeft daar gebruik van gemaakt. "We hebben de afgelopen maanden toch resultaten geboekt, voornamelijk omdat we ons puur hebben gefocust op de basisvakken zoals taal en rekenen", aldus directeur Aydemir.
Hij heeft vakken als muziek, dans en drama uit het lesprogramma gehaald, maar deze vakken waren na schooltijd nog wel mogelijk. In de weekenden heeft de school een huiswerkklas op zaterdag beschikbaar gesteld. "We kregen vragen van sommige collega's, omdat volgens hen weekenden voor rust en vrije tijd zouden moeten zijn. Deze visie komt vanuit een wit referentiekader, want in wijken als Kanaleneiland zie je na schooltijd dat de meeste leerlingen rondhangen op straat en dat is anders dan hoe sommige collega's vroeger hun vrije tijd als kind zijnde besteedde na schooltijd", legt directeur Aydemir uit.

Achterstand wanneer ze starten

Ook directrice Janet Klein van basisschool de Schakel in Overvecht merkt dat de kinderen in deze wijk al starten met een achterstand. "Niet omdat ze geen talent hebben, maar omdat hun wieg staat in een wijk als Overvecht. Ze hebben het financieel en sociaal-emotioneel lastiger en ook de woonplaats heeft effect op wat mensen verwachten van deze kinderen, er wordt dan gezegd 'dat kunnen deze kinderen niet'. Ik geloof dat deze kinderen alles kunnen, maar dat kost tijd. Wanneer je al binnenkomt met een veel lagere woordenschat dan Nederlands opgevoede leeftijdsgenootjes, begin je al met een achterstand" vertelt directrice Klein.
Als voorbeeld noemt ze de verhaaltjes sommen met rekenen. "Hoe leg je dingen goed uit wanneer de leerlingen niet begrijpen wat je zegt? Verhaaltjes sommen met rekenen zijn een drama, die kinderen zijn al afgeleid door de tekst en dan moeten ze ook nog gaan rekenen, terwijl ze het verhaal niet eens begrijpen".
Basisschool de Schakel is open gebleven tijdens de pandemie, maar heeft daarnaast ook online les gegeven. "Dat was een interessante tijd aangezien maar weinig leerlingen een computer tot hun beschikking hadden. Wonder boven wonder heb ik toch voor ieder kind laptops kunnen regelen via een oproepje op LinkedIn", vertelt directeur Klein.
"De achterstanden zijn daardoor nog beperkt gebleven, maar er zijn altijd groepen waar dat niet lukt en dat komt onder andere door thuissituaties en broertjes en zusjes die in dezelfde kamer zaten te spelen. Daarnaast kostte het veel tijd omdat er eerst nog uitleg moest worden gegeven over hoe de laptop en het platform Teams werkt, maar uiteindelijk is het gelukt" concludeert Klein. Zij ziet zeker positieve kanten aan het opzetten van de online lessen. "Wanneer een kind in quarantaine moet, kan die leerling zijn of haar laptop pakken en alsnog meedoen met de les. Dan hoeven ze niet onnodig lessen te missen", vertelt Klein.

Ondersteuning gezinnen

Het verhogen van de ouderbetrokkenheid als onderdeel van extra ondersteuning van leerlingen verdient mogelijk meer aandacht, stelt het rapport Staat van het Onderwijs 2021. Zo wordt benoemd dat het een effectieve aanpak kan zijn om het contact tussen scholen en ouders te intensiveren om op die manier verschillende problematieken van leerlingen het hoofd te bieden.
Daarnaast kan er bijvoorbeeld gedacht worden aan: het inzetten van een onderwijsassistent, de leerlingen meer ondersteuning bieden doormiddel van een leerkracht, het professionaliseren van het team en het verzorgen van een specifiek lesaanbod. Deze voorbeelden blijken ook effectief te zijn volgens de Inspectie van Onderwijs.
Rohan de Groot, directeur van basisschool Op Dreef in Overvecht, ziet dat de pandemie de achterstanden alleen maar heeft versneld en versterkt, en ziet ook welke rol het gezin speelt in de groei van de kinderen. "Je kan als minister proberen het hele land aan te pakken, maar je kan als directeur ook de uitdaging zelf aangaan met kleine stappen. Beginnend met één gezin en kijken hoe we die verder kunnen helpen. We zijn een school met 160 leerlingen en dat zullen zo'n 100 gezinnen zijn" vertelt de Groot. Hij vindt dat op zekere hoogte behapbaar.
Volgens directeur de Groot zit kansenongelijkheid niet alleen in het onderwijs, maar ook in de leefomgeving van een kind. "Wanneer ouders proberen te overleven en elke avond met moeite een maaltijd kunnen verzorgen, is het niet hun prioriteit om te zorgen dat de kinderen hun huiswerk doen of wel in de online les zitten. Daarom proberen wij als school ook de ouders en gezinnen te ondersteunen met bijvoorbeeld taalcursussen of hulp bij het invullen van formulieren, om zo meer rust in het gezin te krijgen".

Wereldbeeld

Het referentiekader van een leerling in Overvecht is over het algemeen anders dan die van een leerling in Tuindorp, laten de drie directeuren weten. Wanneer ouders niet de mogelijkheid hebben om hun kind mee te nemen naar een museum of pretpark heeft dat invloed op het wereldbeeld van de kinderen. Zo is de persoonsvorming door het opdoen van nieuwe ervaringen belangrijk voor leerlingen, stelt de Inspectie van Onderwijs. Het gaat om ervaringen die zij normaal gesproken niet in hun eigen leefomgeving zouden hebben.
Daarnaast is het ook belangrijk om als school aandacht te besteden aan de persoonlijkheidskenmerken van leerlingen die ontwikkeld of gestimuleerd kunnen worden, en daarmee kunnen bijdragen aan het succes van de kinderen in de maatschappij. het organiseren van activiteiten zoals debatclubs of het verzorgen van faalangstrainingen kan bijvoorbeeld bijdragen.
Basisschool Op Dreef in Overvecht heeft, net als sommige andere scholen, ook te maken met kinderen die een traumatische ervaring hebben doorstaan. Hiervoor hebben zij een internbegeleider ingezet die ook speltherapeut is. Kinderen met een traumaverleden die niet taalvaardig zijn hebben moeite zich te uiten. Speltherapie is een vorm van psychotherapie voor kinderen, waarbij spel als middel gebruikt wordt om een kind te begrijpen en te helpen. Dit zorgt dat ze ruimte in hun hoofd creëren waardoor ze zich beter kunnen richten op leren. Daarnaast probeert de school ook op andere manieren het wereldbeeld van de kinderen te vergroten.

Financiële problemen

Directeur de Groot zorgt ervoor dat de kinderen van groep 8 naar de Efteling kunnen. "Het is waarschijnlijk de eerste, maar mogelijk ook de laatste keer dat ze daar naar toe gaan omdat de ouders vaak financiële problemen hebben, waardoor ze daar geen prioriteit aan stellen. Ik vind het belangrijk dat ze zoiets als de Efteling meemaken omdat ook dit het referentiekader vergroot" aldus de Groot.
Daarnaast is hij bezig met het oprichten van een sportclub op de school, omdat veel kinderen volgens hem niet de mogelijkheid hebben om lid te worden van een club. Ook is het buurtteam een keer per week beschikbaar voor de gezinnen van de leerlingen.
"Dit zijn een aantal voorbeelden waar we als basisschool niet verantwoordelijk voor hoeven zijn, maar als we er niet iets aan doen heeft dat effect op het kind. Via de reguliere routes zijn er te veel obstakels zoals lange wachttijden, kosten en onoverzichtelijkheid, waardoor we ons genoodzaakt voelen dit te verzorgen" vertelt directeur de Groot.
Subsidies en lerarentekort

Het onderwijs ontvangt aankomend schooljaar 8,5 miljard euro uit het Nationaal Programma Onderwijs om achterstanden weg te werken die door de pandemie zijn ontstaan. Hiervan gaat het grootste deel naar het primair en voortgezet onderwijs. Dit geld is voor 2,5 jaar beschikbaar gesteld en moet in die tijd gebruikt worden om de achterstanden in te halen. Uit een enquête van de Algemene Onderwijsbond blijkt dat scholen blij zijn met het geld dat ze krijgen, maar dat er ook bedenkingen bij zijn. Zo is het lerarentekort een structureel probleem. Daarnaast zijn er in de Tweede Kamer ook bedenkingen bij sommige leden: als het probleem niet kan worden opgelost met nieuw personeel, waar gaat het geld dan naar toe?

De basisschooldirecteuren Janet Klein, Rohan de Groot en Yücel Aydemir ervaren het lerarentekort ook. Zo heeft directeur de Groot nog twee vacatures openstaan voor aankomend schooljaar. "Ik heb een onbevoegd iemand voor groep 3 staan dit jaar, een student die nog geen papiertje heeft. Je ziet dat de docenten die beschikbaar zijn als snel worden weggetrokken door de 'makkelijke' scholen", aldus de directeur. Volgens de Groot wil niet iedereen werken op een school in een achterstandswijk. "Mijn team werkt keihard en bijna iedereen maakt meer uren dan waarvoor ze betaald worden. Dat doen ze omdat ze willen dat hun leerlingen de kansen krijgen om een goede toekomst tegemoet te gaan. De mensen die op deze school werken hebben wel een speciale instelling nodig en moeten het ook aankunnen. Het is best pittig werk en dat maakt het lastig voor mij om mensen te vinden".
De komende jaren zullen de lerarentekorten een probleem blijven blijkt uit het onderzoek van Onderwijs in Cijfers. Daarom is de overheid druk bezig om dit tekort aan te pakken door in te zetten op het behoud van leraren, de instroom van nieuwe leraren te bevorderen en onderwijs anders te organiseren.

Heb je een tip of opmerking? Stuur ons je nieuws of foto via WhatsApp of mail.