Instellingen

Van Rossem Vertelt over kinderarbeid in de Leerdamse glasfabriek

LEERDAM - Vandaag is de afsluiting van de 'Maand van de Geschiedenis'. Een maand in het teken van de geschiedenis van 'werk'. Onze provincie kent veel plekken waar florerende fabrieken stonden. Neem de sigarenindustrie in Veenendaal, de touwindustrie in Oudewater en de glasfabriek in Leerdam. Bij die laatste is Maarten van Rossem te gast om te praten over de rol van kinderen in de fabriek.
Van Rossem Vertelt over kinderarbeid in de Leerdamse glasfabriek

Kinderarbeid

In de glasfabriek van Leerdam werkten vaak hele families. "Glasblazen is een vak dat je tijdens het werken leert en het duurt vaak vele jaren", legt Hélène Besançon, conservator van het Nationaal Glasmuseum, uit. Een glasblazer werkt in een team. Terwijl de blazer blaast, moeten zijn hulpjes het glas in een mal doen. Dat was heel handig met kinderen, grapt Besançon. "Want die bukken makkelijk, zijn lekker klein en zijn laag bij de grond. Maar zonder gekheid, het was vreselijk zwaar, zeker voor de kinderen die de ovens op temperatuur moesten houden."
Directeur Jekel - ook burgemeester van Leerdam destijds - vond het verschrikkelijk toen het kinderwetje van Van Houten (zie kader) werd aangenomen. De wet werd dan ook nauwelijks nageleefd. De kinderen waren wat hem betreft gewoon hard nodig in de fabriek.
In de 19e eeuw veroorzaken industrialisatie, bevolkings- en stedengroei sociale problemen. Voor fabrieksarbeiders zijn werkdagen van twaalf uur geen uitzondering. Niet alleen mannen en vrouwen maken lange dagen, ook kinderen doen dat.

In 1874 moet de Kinderwet van Samuel van Houten hier verbetering in brengen. De wet, een initiatief van het liberale kamerlid Van Houten, verbiedt fabrieksarbeid voor kinderen onder de 12. Zij mogen nog wel thuis en op het veld werken. Oudere kinderen zijn daarmee niet aan werken ontsnapt.

De controle op de naleving van de wet is gebrekkig, zodat kinderarbeid in de praktijk nog veel blijft voorkomen. De invoering van de leerplicht in 1901 brengt hier, zo'n 25 jaar later, pas verbetering in.

Beroepsziekten

"Het is echt afschuwelijk geweest wat die kinderen hier in de fabrieken meemaakten", zegt Besançon met klem. "Er waren ook allerhande beroepsziekten. Je wangen gaan kapot, je handen en gewrichten gaan kapot, en je staat in de giftige dampen. De glasblazers zelf verdienden heel veel geld, maar de hulpkindertjes waar we het vandaag over hebben verdienden geen bál".
De gevaarlijke omstandigheden, het continuebedrijf dat de kinderen dag én nacht liet werken en de hitte moeten vreselijk geweest zijn. Gelukkig zorgden wetgeving én industrialisatie er voor dat de kinderarbeid plots snel afnam. Maarten: "rond 1900 was de mechanisering al een feit en waren de kinderhandjes niet meer nodig. Technische ontwikkeling, blijkt ook hier, een zegen".

Heb je een tip of opmerking? Stuur ons je nieuws of foto via WhatsApp of mail.