Wandelen, wandelen en nog eens wandelen in coronatijd: 'Met name de ommetjes zijn erg populair geworden'

© RTV Utrecht / Marco Geijtenbeek
AMERSFOORT - Bijna 60 procent van de Nederlanders is sinds het begin van de coronacrisis in maart 2020 meer gaan wandelen, terwijl 7 procent minder is gaan lopen. Dat komt naar voren uit de Nationale Wandelmonitor, die om de vijf jaar verschijnt. Van de mensen die meer zijn gaan wandelen, verwacht 84 procent dit ook te blijven doen na de coronapandemie.
"Met name de ommetjes, dat zijn wandelingen tussen twintig minuten en uur, zijn enorm populair. We hebben het uitgerekend en het zijn 1,8 miljard ommetjes die we elkaar met elkaar maken. Vooral de ommetjes vanuit huis en dat is ook heel logisch. De lunchwandeling of in de avond nog een ommetje", vertelt Ankie van Dijk, directeur van Wandelnet in Amersfoort, verantwoordelijk voor het onderzoek.
Het totaal aantal verplaatsingen van Nederlanders, dus onder meer met fiets, auto en openbaar vervoer, nam in het coronajaar 2020 met 14 procent af ten opzichte van het jaar daarvoor. Wel zijn Nederlanders in 2020 juist 20 procent meer gaan wandelen. Ontspanning, fit en gezond blijven of worden en het beleven van de natuur zijn de belangrijkste redenen om te voet op pad te gaan.
Luister hier naar het volledige interview met Ankie van Dijk over de Nationale Wandelmonitor

Jongeren gaan meer wandelen

Ook komt uit de monitor naar voren dat 70 procent van de jongeren tot 30 jaar meer wandelt dan voor de coronacrisis. Zij vormen de grootste groep als het gaat om wandelingen van 10 kilometer of meer.
Van Dijk: "Die groep is groot en ook groter dan daarvoor. Het is een klein positief effect van corona dat mensen wandelen ontdekt hebben, zeker ook jongeren. Met name in de eerste lockdown toen er heel veel niet kon, was wandelen de enige vorm van vrijetijdsbesteding en naar buiten gaan."
Hoewel de meeste mensen blij en gelukkig worden van wandelen, is er ook een deel van de wandelaars dat zich af en toe ergert. De meest genoemde ergernissen zijn zwerfafval (33 procent), hondenpoep (16 procent) en andere gebruikers van de routes, zoals mountainbikers en andere fietsers (14 procent).