'Kunnen we stoppen met windparken en zonnevelden?' Vijf vragen over de klimaatdoelen van 2030

Een zonnepark in De Bilt.
Een zonnepark in De Bilt. © RTV Utrecht / Jordi de Jong
PROVINCIE UTRECHT - Het doel om in 2030 bijna driekwart van onze stroom duurzaam op te wekken lijkt goed haalbaar. Dat concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving uit de plannen die de dertig energieregio's in juli hebben gepresenteerd.
Als alle regio's doen wat ze beloven in 2030 kunnen zonnevelden en windmolens 35 tot 46 terrawattuur aan elektriciteit opleveren. Regio's hebben zelfs meer geboden dan in hun conceptplannen van vorig jaar. Dat zegt het planbureau in een analyse van de dertig zogenoemde Regionale Energiestrategieën (pdf). "Het is heel mooi nieuws dat we het gaan halen", zegt onderzoeker Jan Matthijsen van het PBL tegen RTV Utrecht. "Maar er moet nog wel hard worden gewerkt."
Een probleem is dat het Nederlandse elektriciteitsnetwerk op veel plaatsen dicht aan zijn maximale capaciteit zit en eigenlijk nooit aangelegd was om ook stroom terug te leveren. Verder adviseert het PBL om procedures en afspraken met elkaar in lijn te brengen en draagvlak te blijven vinden voor nieuwe wind- en zonneparken. Vijf vragen aan Jan Matthijsen van het planbureau.

- Kunnen we nu stoppen met het aanleggen van nieuwe windparken en zonnevelden?

"Zeker niet. Er ligt een hoog bod, hoger dan het doel dat was gesteld, maar er moet nog wel veel worden gerealiseerd. Niet alle plannen zullen het halen. Mensen hebben er een stem in en dat kan betekenen dat er gebieden die nu nog in de RES staan verdwijnen. Er moet wel draagvlak voor zijn."
"Met de al gerealiseerde projecten, en wat nog in de pijplijn zit zullen we naar verwachting in 2030 zo'n 30 terrawattuur kunnen opwekken. De resterende 5 halen we waarschijnlijk ook nog wel. De regio's hebben laten zien dat ze ermee aan de slag willen, maar ze moeten het nu niet uit hun handen laten vallen."

- Is het stroomnetwerk er wel op tijd klaar voor?

"We hebben de laatste jaren een enorme toename van zonnestroom gezien. Netbeheerders kunnen daar niet zo snel op reageren. De investeringen worden opgeschroefd, maar ze liggen door regels van de Autoriteit Consument & Markt wel aan banden. In 2030 hebben we volgens Netbeheer Nederland genoeg capaciteit, maar er is samenwerking nodig. De netbeheerders zeggen dat ze meer aankunnen, maar niet overal tegelijk. Projecten zullen daarom geprioriteerd en gefaseerd moeten. Partijen als de gemeente en de provincie moeten zich realiseren dat er soms ook geduld nodig is."
"Het is verder belangrijk dat alle procedures en afspraken met elkaar in lijn worden gebracht. Je ziet bijvoorbeeld dat initiatiefnemers van nieuwe projecten haast hebben, omdat de rijkssubsidie na 2025 stopt. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat zou kunnen overwegen iets met die termijn te doen. Je wilt niet dat er straks heel veel projecten klaarstaan die niet of pas veel later op het net aangesloten kunnen worden."

- Zijn de zorgen van natuurorganisaties over de impact op de omgeving terecht?

"Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft bij het beoordelen van de Regionale Energiestrategieën gekeken naar zaken als stroomnetwerk, systeemefficiëncy, draagvlak en ruimtelijk ordening. De druk op ruimte in Nederland is groot, dus ik begrijp de oproep van natuurorganisaties goed."
"We onderschrijven direct dat natuur een belangrijk element is. Maar de natuurorganisaties steunen de klimaatdoelen ook. Het ligt precair, maar het wil niet zeggen dat er niets kan."
Organisaties missen oog voor natuur in plannen voor groene stroom

Natuurorganisaties vinden dat in de plannen voor het plaatsen van windmolens en zonnevelden nog te weinig rekening wordt gehouden met de natuur en het landschap. De overstap naar groene energie moet beter samengaan met het aanpakken van "de ecologische crisis", vinden ze.

De Natuur en Milieufederaties, Vogelbescherming Nederland, Natuur & Milieu, LandschappenNL en Natuurmonumenten vinden dat kwetsbare natuur moet worden ontzien en biodiversiteit moet worden verhoogd op plaatsen waar energieprojecten komen. De organisaties noemen het wel heel positief dat hard wordt gewerkt aan meer schone energie en burgers hier meer bij betrokken worden.

De natuurorganisaties hebben onder meer kritiek op het feit dat diverse locaties die in regionale plannen zijn aangewezen als mogelijke plek voor duurzame energieprojecten overlappen met beschermde Natura 2000-gebieden. Ook zou vaak een zorgvuldige analyse van de effecten van windmolens en zonneweides op de natuur en het landschap ontbreken. De organisaties pleiten ervoor om al voordat een locatie wordt aangewezen een zogenoemde milieueffectrapportage op te stellen.

- Dragen de Utrechtse regio's U16, Amersfoort en FoodValley hun steentje bij?

"We kijken niet of een bieding hoog of laag is, we respecteren elk bod zoals het is. In de provincie Utrecht is het aandeel van projecten waar nog plannen voor gemaakt moeten worden wel behoorlijk groot. De drie regio's in de provincie Utrecht verplichten zich om samen ongeveer drie terrawattuur te gaan leveren en dat moet grotendeels nog worden gerealiseerd. Anders wordt dat een risico voor de solidariteit, je wilt niet dat slechts een paar regio's in Nederland de kar gaan trekken."
"Belangrijk is ook dat de decentrale overheden er al vroeg bij betrokken waren. Die windmolens en zonnevelden moeten ergens een plek krijgen en daar zijn vergunningen van de gemeente en de provincie voor nodig. Je zult dus met de omgeving in gesprek moeten. Ik woon zelf in de provincie Utrecht en mij valt op dat de lokale krantjes tegenwoordig vol staan met artikelen over de RES. Sinds vorig jaar hebben alle regio's echt een been bijgetrokken als het gaat om het contact met de inwoners. Het gaat ergens over."

- Kunnen we heel Nederland van stroom voorzien met deze plannen?

"Het aandeel van stroom uit zon en wind moet in 2030 naar 70 procent van de totale huidige productie. We zullen dus ook andere duurzame energiebronnen nodig hebben, en centrales die klaarstaan om bij te leveren op dagen met weinig zon en wind. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van waterstof. Ook kernenergie is geen taboe meer, maar een nieuwe kerncentrale bouw je niet van vandaag op morgen."
"Maar de elektriciteitsmarkt is nu al internationale business. We importeren bijvoorbeeld stroom uit Frankrijk en Duitsland. Je moet je wel blijven afvragen of je de CO2-uitstoot daarmee niet gewoon naar een ander land verplaatst. In 2030 produceren we naar verwachting meer stroom dan we zelf nodig hebben. Dan zullen we dus mogelijk elektriciteit exporteren."