Van polarisatie tot extremisme: het is er wel maar wordt in westen van provincie te weinig opgemerkt

Tijdens coronaprotesten werden politici, artsen en journalisten vaak op persoonlijke titel aangevallen
Tijdens coronaprotesten werden politici, artsen en journalisten vaak op persoonlijke titel aangevallen © ANP
Provincie Utrecht - Is er geen radicalisering of zien we het gewoon niet? Dat vroegen tien Utrechtse gemeenten in het westen van de provincie zich af omdat daar veel minder signalen van radicalisering en extremisme waren dan in vergelijkbare regio's. Het blijkt er zeker te zijn, maar wordt door betrokken instanties vaak niet opgemerkt. Hoe gevaarlijk is dat?
"Ook hier zijn signalen van polarisatie, radicalisering en extremisme", stelt de Nieuwegeinse burgemeester Frans Backhuis onomwonden. Het was zijn gemeente die het initiatief nam voor een onderzoek naar deze fenomenen in het district West-Utrecht. Of hij ook een voorbeeld weet? "Ik weet van een man die zijn huis tot eigen staat wilde uitroepen, met eigen wetten. Dat soort afkeer van de overheid is ook een vorm van extremisme."

Het politiedistrict West-Utrecht bestaat uit de tien gemeenten De Ronde Venen, Stichtse Vecht, Woerden, Lopik, Oudewater, Montfoort, IJsselstein, Nieuwegein, Vijfheerenlanden en Houten. Gezamenlijk lieten zij onderzoek doen naar in hoeverre er in hun gemeenten sprake is van signalen die kunnen uitmonden in radicalisering of zelfs gewelddadig extremisme.

Wat vooral duidelijk wordt uit het rapport is dat extremisme vanuit meerdere hoeken tegelijkertijd komt. Jihadistisch, extreemrechts, extreemlinks en vanuit anti-overheidsgroeperingen: het komt allemaal voor. Dat maakt het een stuk lastiger er zicht op te houden, zo laat politiewoordvoerder Joost Lanshage weten.
"De verschillende vormen van radicalisering hebben andere kenmerken", legt hij uit. "En dat vraagt van de betrokken organisaties - politie, gemeenten, maatschappelijke organisaties - om een bredere kennis van de verschillende vormen en hoe die te signaleren."
Het kan soms heel goed zijn een beetje achterdochtig te zijn over wat autoriteiten beslissen, denken en doen.
Kees van den Bos, hoogleraar sociale psychologie
Verschillende vormen of niet, er is er één die er momenteel uitspringt in het district - en misschien ook wel landelijk: anti-overheidssentiment. Want wantrouwen in de overheid is momenteel wijdverbreid.
Op zichzelf is dat geen probleem, benadrukt hoogleraar sociale psychologie Kees van den Bos van de Universiteit Utrecht. Hij houdt zich vooral bezig met waarom mensen radicaliseren. Dat er momenteel meer anti-overheidssentiment is dan een paar jaar terug, herkent hij. "Het kan soms juist heel goed zijn een beetje achterdochtig te zijn over wat autoriteiten beslissen, denken en doen."
Bovendien heeft de overheid dat wantrouwen volgens hem ook deels aan zichzelf te wijten. "De kindertoeslagenaffaire, de afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen: ze hebben genoeg steken laten vallen." Dat we daarnaast van crisis naar crisis hoppen, helpt ook niet mee. "Coronacrisis, energiecrisis, woningmarktcrisis. Dat geeft mensen een fundamenteel gevoel van onzekerheid, waardoor je vatbaarder wordt voor extreme opvattingen of complotdenken."

'Thin line'

Maar wat wel gevaarlijk is, is wanneer de grens tussen "gezonde achterdocht" en extremisme gepasseerd wordt. "En dat is een thin line", vertelt Van den Bos. "Die ben je voorbij als je bereid bent wetten en regels aan je laars te lappen om je doel te bereiken, desnoods met geweld. Als je een dergelijke minachting krijgt voor de wet, is dat heel gevaarlijk."
Ook de politie ziet die verschuiving. "Wij zien een toenemend wantrouwen richting de overheid in de volle breedte. Van boerenprotesten tot onvrede over de coronamaatregelen", noemt politiewoordvoerder Lanshage een aantal voorbeelden. "In algemene zin zien we dat gezag minder wordt geaccepteerd en dat zich dit vertaalt in meer weerstand richting agenten."
Burgemeester Backhuijs merkt dat ook in zijn gemeente. "Zeker. En daar bedoel ik niet de grotere groep mee die geen of minder vertrouwen heeft in de overheid", haast hij zich te zeggen. "Want dat mag. Maar de extreme vorm waarbij mensen zich afzetten tegen de overheid en daarbij geen enkel middel schuwen."

Gelegenheidsextremisme

Het gevaar schuilt volgens Backhuijs dan ook in burgers die zich steeds meer afzonderen van de maatschappij. "Mensen die zich isoleren en op een gegeven moment toch in actie komen. De zogenoemde lone wolves. Daar zit voor mij het grootste risico.
Van den Bos legt uit hoe dat werkt. "Iemand die geradicaliseerd is, gaat niet meteen de straat op om allerlei gekke dingen te doen. Maar als je het gevoel hebt dat alles gerechtvaardigd is en de gelegenheid doet zich voor, kom je sneller in de verleiding om bijvoorbeeld die steen op te pakken tijdens een protest of op wat voor manier dan ook geweld te gebruiken."
Je moet als het ware in het snotje krijgen waar en bij wie het mis kan gaan.
Kees van den Bos, hoogleraar sociale psychologie
Er zijn in het westen van de provincie dus signalen van radicalisering en extremisme en die worden niet voldoende opgepikt. Wat nu? Er zijn verschillende redenen waarom de signalering niet of minder goed op orde is, bijvoorbeeld beperkte capaciteit en een lage prioriteit bij eigenlijk alle betrokken instanties.
Lanshage van de politie erkent dat radicalisering niet altijd bovenaan de agenda staat. "De aanpak van radicalisering moet concurreren met andere beleidsprioriteiten, zoals de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit en digitale veiligheid. Die zijn regionaal hoger geprioriteerd en krijgen daardoor meer aandacht." Of daar nu verandering in komt? "Dit rapport laat zien dat er ook in dit gebied een voedingsbodem is voor radicalisering en dat het verstandig is daar goed de vinger bij aan de pols te houden."
Daar is Backhuis het mee eens. Om het in de gaten te houden, moeten agenten, ambtenaren en andere betrokkenen echter wel over de juiste kennis beschikken. "Je moet wel weten wanneer iets een grens overgaat. Je moet wel weten hoe je de verschillende vormen van radicalisering herkent. Daarvoor moeten we onze mensen de juiste instrumenten geven.
Volgens Van den Bos is er om dat te bereiken een breed expertiseteam nodig. Niet alleen met ambtenaren of met de lokale driehoek, maar "vooral ook met wijkagenten." Want zij weten wat er speelt, aldus de hoogleraar. "Je moet in de haarvaten van de samenleving zitten en als het ware in het snotje krijgen waar en bij wie het mis kan gaan."

Overheid aan zet

Verder moet er hard worden gewerkt om het anti-overheidssentiment weg te nemen: het vertrouwen weer herstellen. Want breed heersend en gedeeltelijk onterecht wantrouwen kan onze rechtsstaat ondermijnen, vreest Van den Bos. "Het is alarmerend dat een steeds grotere groep zover van de overheid afstaat. Dat wantrouwen kan gepaard gaan met hele sterke emoties die mensen kunnen aangrijpen als legitimering van hun gedrag. Het is aan de overheid dat vertrouwen weer te herstellen."
Een belangrijk element daarbij kan "procedurele rechtvaardigheid" zijn. "Oprecht eerlijk en rechtvaardig met mensen omgaan en hun serieus nemen, maar wel binnen de normen en waarden van de democratische rechtstaat. Dus altijd afzien van geweld."
Daarin ziet Backhuijs ook een rol weggelegd voor zichzelf en zijn ambtsgenoten. "Ik denk dat het voor gemeenten en burgemeesters belangrijk is het gesprek met inwoners aan te blijven gaan. Juist met die inwoners die zich minder met de overheid verbonden voelen."
Waar moet dat dan toe leiden? "Hopelijk kunnen we de burgers die we nu kwijt zijn weer het gevoel geven dat zij er ook bij horen", vertelt burgemeester Backhuijs. "Dat gevoel zijn veel mensen kwijt en dat is een belangrijke voedingsbodem voor polarisatie, radicalisering en extremisme. Dat moeten we echt wegnemen."

Heb je een tip of opmerking? Stuur ons je nieuws of foto via WhatsApp of mail.